In een recent interview met Facto ‘Nieuw kantoor Miro (10.500 m2): maximale autonomie voor medewerkers bij inrichting 'neighbourhood'’ geven Global Head of Workplace Daaf Serné en Wilco Poppelier, Global Lead Workplace Strategy & Design een uitgebreide toelichting op het nieuwe werkplekconcept voor de 'Miro 100'.
Workstyle-studie
Miro combineert data-analyse en directe gebruikersfeedback om het ontwerp van het nieuwe kantoor (10.500 m2) in Edge Stadium, optimaal af te stemmen op de wensen en behoeften van de 900 medewerkers.
Deze data-gedreven inzichten vormden een belangrijke basis voor het ontwerp. Poppelier: ‘Als je dan weet dat medewerkers vier tot vijf uur per dag achter hun bureau zitten en je beschikt over de trend in bezettingscijfers van de drukste dagen, dan weet je dus ook hoeveel bureaus je in huis moeten hebben.'
In gesprek met de gebruikers
Na de Workstyle-studie en de informatie opgehaald uit de contacten met gebruikers en business line leaders, ontstond een steeds beter beeld hoe het werkplekconcept eruit zou moeten gaan zien. Toch was de eerste fase nog niet afgerond. Om de laatste onduidelijkheden eruit te halen werd nogmaals een enquête verstuurd aan de gebruikers, met specifieke vragen op een aantal onderwerpen zoals de phone booths en vergaderruimtes.
Alle informatie, opgehaald uit de gesprekken, onderzoeken en enquêtes, in combinatie met eerder verzamelde data, resulteerde in een helder beeld van de gewenste werkomgeving. Met dat beeld ging vervolgens de RFP-fase (Request for Proposal) van start. Vijf architecten werden uitgenodigd een voorstel in te dienen voor de inrichting van ‘Miro 100’.
We geloven in de balans tussen het gebruik van data en het ophalen van informatie”
Serné onderkent het belang van moderne gebouwtechniek als het gaat het realiseren van een gezond binnenklimaat, maar zinvolle toepassingen op andere gebieden ziet hij voor Miro niet een-twee-drie voor zich.‘ Als je wilt weten hoeveel mensen er op kantoor zijn kun je met het badgesysteem goed uit de voeten. Maar data verzamelen om het verzamelen en deze vervolgens niet gebruiken, dat zie ik niet voor me. We geloven in de balans tussen het gebruik van data en het ophalen van informatie en behoefte direct bij de bron: de eindgebruiker.'





