Net in dienst en gelijk ziek. Heb je dan recht op loondoorbetaling?

Een werknemer meldt zich na een maand ziek en laat niets meer van zich horen. Moet de werkgever dan toch het loon doorbetalen?

Net in dienst en gelijk ziek. Heb je dan recht op loondoorbetaling?

Een keukenmedewerker werkt op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Een maand na zijn indiensttreding meldt de werknemer zich ziek. Daarna vraagt de werkgever via WhatsApp wanneer hij weer beter is en wanneer hij kan komen werken. Daarop laat de werknemer een maand lang niets van zich horen, ondanks een tussentijds WhatsApp-bericht van de werkgever.

Werknemer eist loondoorbetaling ziekteperiode

Hierna informeert de werkgever de werknemer via WhatsApp dat hij uit dienst is gemeld. De werknemer laat het hier niet bij zitten en vordert bij de kantonrechter de loondoorbetaling over zijn ziekteperiode.

Deskundigenoordeel UWV ontbreekt

De werknemer maakt bij de kantonrechter aanspraak op loon tijdens zijn ziekteperiode. In eerste instantie kon de kantonrechter dit verzoek niet in behandeling nemen. De medewerker had namelijk geen deskundigenoordeel van het UWV opgenomen in zijn stukken. Dat had wel gemoeten, omdat de werkgever twijfels had over de ziekte van de werknemer.

Vervolgens stelt de rechter de keukenmedewerker in de gelegenheid om alsnog een deskundigenoordeel van het UWV aan te vragen. Na ruim 2 maanden voegt de werknemer dit rapport toe aan zijn stukken.

Verzekeringsarts: werk is oorzaak van klachten

In het oordeel is de verzekeringsarts van mening dat de werknemer tijdens zijn ziekteperiode arbeidsongeschikt was voor zijn werk in de keuken. In zijn werk had de werknemer te maken met hectiek, deadlines, productiepieken en vereiste flexibiliteit. Daardoor was hij niet volledig belastbaar voor zijn eigen werk.

Volgens de verzekeringsarts is het aannemelijk dat de werknemer de klachten ook al had in de periode waarin hij zich ziekgemeld had. Dit zou blijken uit de aard van de klachten en het doorlopende karakter daarvan.

Onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheid

Ondanks de bevestiging van de arbeidsongeschiktheid, schuift de kantonrechter het oordeel van de verzekeringsarts opzij. De kantonrechter meent namelijk dat de arts geen hoor en wederhoor heeft toegepast, omdat de UWV-arts alleen de werknemer heeft gehoord. In zijn rapport heeft de verzekeringsarts daardoor niet de betwisting van de werkgever over de belastbaarheid van de medewerker kunnen meenemen, terwijl dat wel had gemoeten.

De rechter vindt ook dat de verzekeringsarts onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe hij tot het oordeel is gekomen dat de werknemer ongeschikt is voor zijn werk als keukenmedewerker. Zo had de werknemer bij de verzekeringsarts geen recente medische informatie van de huisarts aangeleverd. De rechter vindt het onbegrijpelijk dat de verzekeringsarts, zonder informatie van een bedrijfsarts, een half jaar later oordeelt dat er sprake is van een doorlopend ziektebeeld.

Rechter wijst loonvordering af

Bovendien heeft de verzekeringsarts onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij tot het oordeel is gekomen dat de klachten een doorlopend karakter hadden. En dat het daarom aannemelijk was dat de werknemer die klachten ook in de periode had dat hij ziek was. Omdat de werknemer zijn arbeidsongeschiktheid onvoldoende heeft gemotiveerd, wijst de kantonrechter de loonvordering van de medewerker af.

Aandachtspunt voor de arbodeskundige

Deze uitspraak toont aan dat het belangrijk is om de bedrijfsarts te raadplegen. Met het oordeel van de arts is er medische informatie over de ziekte beschikbaar. Daardoor is een medewerker niet uitsluitend afhankelijk van het oordeel van de verzekeringsarts.

Bron: Rechtbank Rotterdam 19 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:1857

Deze uitspraak is ook te vinden op PWnet.nl

Redacteur Monique schrijft al jarenlang over allerlei zaken die te maken hebben met arbo, jurisprudentie en security management.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.