De bonden zijn het niet eens met de conclusie die Donner in zijn kabinetsnotitie ‘Kabinetsstandpunt Medezeggenschap 2009’ trekt, namelijk dat het wel goed gaat met de medezeggenschap en de ondernemingsraad.
Ze wijzen hem er op dat de instellingsgraad is gezakt van 76 naar 70 procent, en dat dus bijna een op drie OR-plichtige bedrijven géén ondernemingsraad heeft. Ook de kwaliteit van de medezeggenschap krijgt in de notitie ‘een te positief beeld’. ‘Enkele jaren geleden is door het GBIO vastgesteld dat 15 procent van de OR’en volwassen is, 30 à 40 procent wisselend resultaten boekt en dat 40 à 50 procent marginaal opereert. Dit spoort met de peilingen die wij zelf regelmatig hebben uitgevoerd,’ schrijven de bonden. Het is volgens hen dan ook ‘ver bezijden de werkelijkheid’ de gehele medezeggenschap nu ‘volwassen’ te noemen.
Vervolgens gaan de drie grootste FNV-bonden in op enkele kwesties die Donner in de Wet op de ondernemingsraden (WOR) wil veranderen. Het incidenteel kunnen inleveren van het adviesrecht, raden ze Donner ter zeerste af. Te veel zwakke OR’en zouden daarmee hun positie ongewild kunnen verzwakken. Ook willen de bonden niet dat er de mogelijkheid komt om via een ondernemingsovereenkomst van artikel 32 de basisrechten van de OR uit te hollen. Als OR en directie bijvoorbeeld schriftelijk afspreken wat ze onder het begrip ‘belangrijk’ verstaan, kan een onervaren OR zichzelf flink in de vingers snijden.
Deze brief is slechts ‘een eerste signaal vanuit de praktijk’. De vakcentrale FNV komt nog met een uitgebreidere, meer juridische reactie.
De volledige brief van de FNV-bonden (pdf) >>












