Van Gent kondigde met Femke Halsema aan een initiatiefwetsvoorstel te maken om een doorbraak te forceren. Een voorontwerp voor de zogenoemde Wet recht op flexibele arbeidstijden wil de partij eerst voorleggen aan onder meer werkgevers- en werknemersorganisaties.
Vorig jaar heeft GroenLinks ook al bij sociale partners een voorstel neergelegd voor een initiatiefwet om werknemers het recht op thuiswerken te geven. Daarop reageerde ondernemersorganisatie VNO-NCW toen afwijzend, omdat arbeidstijden en organisatie van het werk een zaak zou zijn tussen werkgevers en werknemers zelf. De vakcentrale FNV steunde juist het plan voor wetgeving.
Van Gent zei het wetsvoorstel voor het recht op telewerken ,,nog boven de markt” te laten hangen. Maar als het te lang duurt voordat werkgevers en bonden het eens zijn, wil zij het later dit jaar doorzetten. Het ligt volgens haar voor de hand om dan wetgeving over flexibele arbeidstijden en zeggenschap over de werkplek te combineren.
Volgens Van Gent zijn thuiswerken en flexibele werktijden voordelig voor bedrijven. Zij stelt dat het helpt in de strijd tegen de files als minder werknemers op hetzelfde moment van huis of van het werk vertrekken. Ook kunnen ondernemers meer uren op de dag dienstverlening leveren als het personeel het werk verdeeld tussen bijvoorbeeld zeven uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds.
Bovendien zou het meer gemotiveerde werknemers opleveren, omdat ze werk en privé beter kunnen combineren. Dat geldt volgens de GroenLinks-politica niet alleen voor moeders. Zij wees op onderzoek van minister André Rouvoet (Jeugd en Gezin). Daaruit blijkt dat driekwart van de vaders met jonge kinderen meer flexibele werktijden wil, maar dat ze vaak gehinderd worden door hun baas of vrezen voor reputatieschade.
Van Gent benadrukt dat een verzoek van een werknemer voor meer flexibele werktijden redelijk moet zijn. Zij stelt dat werkgevers ook een verzoek kunnen weigeren als dit stuit op zwaarwegende bedrijfbelangen.




