Tja, iedereen kan altijd en op welke gronden dan ook het vertrouwen in een ander opzeggen. De vraag is wel: welke gevolgen heeft dit? Aan deze vertrouwenscrisis zijn formeel geen gevolgen verbonden. De ondernemingsraad kiest zich uit eigen midden zijn voorzitter; daar heeft de bestuurder geen enkele bemoeienis mee. Het is dan ook alleen de or die om deze of andere redenen een andere voorzitter kan kiezen. Voorts kan de voorzitter zelf besluiten zijn voorzittersrol ter beschikking te stellen.
Want ook al heeft het feit dat de bestuurder het vertrouwen in de or-voorzitter opzegt geen formele gevolgen, het is natuurlijk niet zonder betekenis. De voorzitter is niet alleen het visitekaartje van de or, hij zit ook – in principe in toerbeurt – de overlegvergaderingen voor. Daarnaast heeft hij vaak extra ontmoetingen met de bestuurder. Voor de agenda, over nieuwe ontwikkelingen, over de voortgang. Dan is het wel prettig als beide functionarissen ook soepel met elkaar om kunnen gaan. Het beste lijkt ons dat u eerst eens in een informeel gesprek met de bestuurder, door enkele leden te voeren, achterhaald wat hier achter zit (een misverstand?) , hoe diep het wantrouwen zit en wat de bestuurder nodig heeft om weer samen te werken met de or. Afhankelijk van de opbrengst kan de voltallige raad dan in eigen kring bepalen wat hem te doen staat.












